Renteverwachting
Het uitspreken van een renteverwachting is voor de langere termijn eigenlijk niet mogelijk, omdat de factoren die op korte of lange termijn de rente beïnvloeden niet beheersbaar zijn, laat staan te voorspellen. Denkt u maar eens aan de kredietcrisis (2007, 2008 en 2009) en de desastreuze gevolgen voor de banken en uiteindelijk ook de reële economie. Wij zullen een aantal indicatoren bespreken, zodat u zelf uw renteverwachting kunt onderbouwen.
De samenstelling van de hypotheekrente
De hypotheekrente die u betaalt bestaat uit:
- de inkoopprijs: dit is de prijs die de bank zelf moet betalen voor het aantrekken van geld. Banken trekken o.a. geld aan door het te lenen van andere banken, het aanbieden van spaarrekeningen en deposito's, maar ook door uitgifte van obligaties en de verkoop van hun eigen hypotheekportefeuille.
- debiteurenrisico: dit is een opslag die wordt berekend, omdat er altijd huiseigenaren (debiteuren) zijn die de lasten door allerlei oorzaken niet meer kunnen betalen.
- tijdsfactor: hoe langer de rentevast periode, des te hoger het tarief. De bank kan eigenlijk niet meer met het uitgezette geld werken en wil daarom een hogere vergoeding.
- kosten: uit deze opslag worden personeelskosten, verkoopkosten, administratiekosten, huisvesting en marketingkosten betaald.
- winst: hoe hoger de marge hoe meer winst er wordt behaald
Als de inkoopprijs van geld stijgt, dan stijgt ook de rente. Als de vergoeding voor spaarrekeningen en deposito's stijgt dan stijgt ook de hypotheekrente. Door de kredietcrisis vertrouwen bank elkaar niet meer, dat betekent heel simpel dat het aanbod van geld afneemt en dat de prijs stijgt. Ook bij uitgifte van obligaties zullen banken meer moeten betalen, omdat banken niet meer die zekere belegging zijn. Om aan geld te komen verkopen banken steeds een deel van hun hypotheekportefeuille. Ook daar is veel minder animo voor.
Rente op de korte termijn (korte rente)
De tarieven op de geldmarkt worden met name bepaald door het rentebeleid van de Europese Centrale Bank (ECB). Verhoogt of verlaagt de ECB de rente dan zullen ook de kortlopende rentes vrijwel direct stijgen of dalen. De Federal Reserve (Fed), de centrale bank in de VS doet dat daar.
Zowel variabele rentes als rentetarieven met een looptijd van maximaal 1 jaar, ook wel kortlopende rentestanden genoemd, zijn nauw gerelateerd aan de ontwikkelingen op de geldmarkt.
De ECB kijkt vooral naar de ontwikkeling van de inflatie. Het blijkt nu toch wel dat de ECB ook naar de stand van de economie kijkt.
Rente op de lange termijn (lange rentes)
De rente op de lange termijn wordt bepaald bepaald door vraag en aanbod. Stijgt de vraag dan zal ook de rente stijgen. De lange rentes, vanaf 2, 5, 10 jaar en langer rentevast, ook wel langlopende rentes genoemd zijn nauw verbonden aan de ontwikkelingen op de kapitaalmarkt.
Renteveranderingen van de ECB hebben slechts een beperkte uitwerking op de tarieven op de kapitaalmarkt. Met name economische verwachtingen, groei- en inflatie cijfers zijn van invloed op de kapitaalmarktrente. De ECB en de FED kunnen overigens invloed uitoefenen op de lange rente door het kopen of verkopen van Overheidspapier.
Stel uw eigen risicoverwachting samen
Als de economie (te) langzaam groeit, niet meer groeit of zelfs krimpt en de economie aangezwengeld moet worden, dan verlagen de centrale banken hun rentetarieven Lage rentes hebben normaal tot gevolg dat de investeringen toenemen. Gezinnen zullen mogelijk sneller een huis kopen, omdat de lasten lager zijn.
De economie kan ook (te) hard groeien. Er is dan veel vraag en langzaam maar zeker stijgen de prijzen en neemt de kans op inflatie toe. In die situatie zullen de centrale banken de rente verhogen.
Eigenlijk hoeft u alleen maar te weten in welke situatie we nu zitten. Soms zitten we echter ineen overgangsfase, waarbij het nog niet duidelijk is wat het uiteindelijk gaat worden. .
Enkele handige verwachtingsindicatoren:
| 1. | Rente op spaarrekeningen en deposito's. | Als die stijgt of hoog is en hoog blijft dan zal de hypotheekrente ook stijgen of hoog blijven. |
| 2. | Investeringen | Dalen de investeringen en blijven die dalen in Europa dan zal de ECB uiteindelijk, om de economie te stimuleren, de rente verlagen. Als investeringen dalen is er steeds minder vraag naar geld en daardoor daalt de prijs van geld. |
| 3. | Inflatie | Stijgt de inflatie dan zal op termijn de ECB de rente verhogen. |
| 4. | Producentenvertrouwen |
Het producentenvertrouwen is een stemmingsindicator voor de industrie. Het cijfer is samengesteld uit drie deelindicatoren afkomstig uit de maandelijkse Conjunctuurtest: de verwachte productie in de komende drie maanden, het oordeel over de voorraden gereed product en het oordeel over de orderpositie.Het is zeker een aardige indicator. |
| 5 | Consumentenvertrouwen | Indicator die informatie geeft over het vertrouwen en de verwachtingen van consumenten ten aanzien van de ontwikkelingen van de Nederlandse economie. Samen met de deelindicatoren economisch klimaat. |

